Atyopsis Moluccensis / waaierhand rotsgarnaal

Atyopsis Moluccensis / waaierhand rotsgarnaal
herkomst: Molukken, Azië
max.grootte: 8 cm vrouw 10 cm man 
tempratuur:20-25 graden
ph: 6-7.5
Waaierhandgarnalen worden vaak groter dan dwerggarnalen, die we wat vaker in aquaria vaak zien, zo ook de Aziatische. .
Deze garnaal is zeer vriendelijk tegen andere dieren. 
Met de waaierhandjes filteren ze voedsel uit het water of schrapen het van oppervlakken. 
De voorste twee paar poten zijn zoals altijd van scharen voorzien, en bij waaierhandgarnalen zitten er dan haren aan, zodat de scharen (de waaiers dus) gebruikt kunnen worden om voedsel uit het water te filteren.
Deze waaiers kunnen ook worden dichtgeklapt.
Achter deze poten zitten ook nog drie paar looppoten.
Op basis van het voorste paar hiervan doet men meestal het geslachtsonderscheid, daar deze bij de man veel dikker zijn dan bij de vrouw.
De kleur varieert erg, deze kan knaloranje zijn (vooral mannetjes), roodbruin, geelbruin, chocoladebruin, olijfgroen en alle tinten hiertussen.
De kleur kan veranderen bij een vervelling, en wordt ook minder intens naar de volgende vervelling toe.
Vlak na de vervelling zijn ze meestal het felst gekleurd.
Deze dieren stellen erg prijs op soortgenoten en zitten vaak bij elkaar.
het is raadzaam om er minimaal vier te houden.
Soms kruipen ze door de bak op zoek naar voedsel, soms zitten ze op een goede plek in de stroming.
Het waaieren is een bijzonder gezicht; zit er iets in een waaier, dan schiet deze de mond in en komt er schoon weer uit.
Om te kweken zijn er verschillende mogelijkheden, men vangt de jongen uit de “bevalbak” en doet deze in een brakwateraquarium, of men vangt de moeder eruit en maakt het aquarium dan brak.
Deze kweek is lastig, en tot nu toe nog maar een enkele keer door hobbyisten gelukt, het zoutgehalte zou moeten liggen op 33 gr/l en de temperatuur op 27 °C. 

De jongen zijn in het begin nog larven, die men kan voeren met bijvoorbeeld Liquizell, en zodra het herkenbare garnalen zijn kan men ze overzetten naar zoet – wennen aan het nieuwe water is niet nodig.